1260x150

Wetgeving rondom cannabis

Wetgeving rondom cannabis

Naar de letter van de Opiumwet is het in Nederland wettelijk niet toegestaan om softdrugs te produceren of te verhandelen. De wet verbiedt het nog steeds.

Er bestaan echter landelijke richtlijnen (uitgevaardigd door het College van Procureurs-generaal) over de wijze waarop de wet dient te worden nageleefd. Plaatselijke Officieren van Justitie kunnen van deze richtlijnen afwijken, maar meestal worden zij gevolgd. De landelijke richtlijnen stellen dat als coffeeshops zich aan bepaalde regels houden, tegen verkoop van hasj of wiet in de coffeeshops niet hoeft te worden opgetreden door politie of justitie. Daarmee is de verkoop vrij. Dit niet optreden door politie en justitie heet ook wel het gedoogbeleid.

De Nederlandse wet maakt een onderscheid tussen drugs met een groot risico (harddrugs) en de hennepproducten hasj en wiet (softdrugs). De wet maakt ook nog onderscheid tussen bezit en teelt voor eigen gebruik (tot 5 gram en minder dan 5 planten) en bezit en teelt voor de handel.

Handel en bedrijfsmatige teelt worden door de politie actief opgespoord en bestraft. Bezit en teelt voor eigen gebruik heeft meestal geen gevolgen. Er wordt geen boete opgelegd. Wel kunnen de hasj en wiet in beslag genomen worden.

In het buitenland gelden vaak andere regels. Daar kan het bezit van een kleine hoeveelheid hasj of wiet al tot jarenlange gevangenisstraf leiden.

De opiumwet

Volgens de Opiumwet is: het bezitten, telen, dealen en exporteren van softdrugs verboden (Opiumwet, lijst II). Zoals je ziet staat gebruik niet in dit rijtje. Dit wil dus zeggen dat gebruik van softdrugs in Nederland niet bij de wet verboden is. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld Frankrijk waar gebruik wel strafbaar is. Bezit van drugs is echter wel een strafbaar feit. Nu moet je om drugs te kunnen gebruiken, deze drugs ook bezitten. Op die grond zou je volgens de Opiumwet het gebruik toch kunnen vervolgen.

Richtlijnen

De hoogste officieren van Justitie (de procureurs generaal) geven richtlijnen uit hoe de Opiumwet geïnterpreteerd moet worden. In die richtlijnen staat welke zaken vervolgd moeten worden en welke straffen gegeven moeten worden. In die richtlijnen staat te lezen dat bezit voor eigen gebruik niet vervolgd hoeft te worden. Bezit voor eigen gebruik is bij cannabis dan omschreven als 5 gram of 5 planten. De politie hoeft dan niet te vervolgen maar mag de hasj of wiet die je bezit wel in beslag nemen.

Over leeftijd zeggen de richtlijnen en ook de Opiumwet niet veel. In coffeeshops mag je niet onder de 18 jaar aanwezig zijn. Maar er staat nergens dat je als 16 -jarige niet mag gebruiken. Wel zal de politie -als je nog erg jong bent- je aanspreken op het feit dat je blowt. Werkt hij volgens de richtlijnen dan zal de politie de hasj en wiet in beslag nemen, maar verder zal hij niet optreden.

Blowverbod

Gemeenten kunnen een blowverbod invoeren voor bepaalde gebieden. Amsterdam heeft dat in gedaan voor bepaalde buurten waar jongeren veel overlast gaven. Ook geldt in Amsterdam in en rond op schoolpleinen een blowverbod. Het blowverbod op schoolpleinen geldt sinds 1 september 2013. Overtreders kunnen een boete krijgen of een alternatieve straf via bureau Halt (het alternatief). Zo’n straf kan bijvoorbeeld bestaan uit een leeropdracht bij een instelling voor verslavingszorg waarin de jongere samen met zijn ouders een voorlichting over drugs.

Telen / dealen

Als je minderjarig bent zul je bij het telen van cannabis altijd worden vervolgt. Volwassenen worden bij telen van minder dan 5 planten niet vervolgd, wel kan de politie de planten in beslag nemen. Boven de 5 planten zal je altijd vervolgd worden. De mate van straf is afhankelijk van een aantal factoren zoals de mate van professionaliteit en de hoeveelheid planten. De door de rechter opgelegde straf kan variëren van een geldboete, werkstraf tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Naast deze straf zal de rechter meestal ook je voordeel ontnemen. Dat houdt in dat je alle winst die je hebt gemaakt afgedragen moet worden. Bij dit bij meerdere oogsten een hoog bedrag zijn. In het geval van afgetapte stroom zal de energieleverancier ook om een schadevergoeding vragen, dit bedrag kan ook zeer hoog oplopen.

Dealen of verkopen is altijd strafbaar. Alleen in de coffeeshop mag cannabis verkocht worden. Als je tussen de 12 en de 18 bent, val je onder de strafrechtelijk vervolgbare jeugdigen. Iemand jonger dan 12 jaar is niet strafrechtelijk vervolgbaar. Bij volwassenen wordt de straf aan de hand van een puntensysteem bepaald. Hierbij wordt o.a. gekeken naar de hoeveelheid cannabis en verzachtende omstandigheden.

Coffeeshop

Voor coffeeshops gelden een aantal regels. Als coffeeshops zich aan deze regels houden worden zij niet vervolgd.  Deze regels worden ook wel de (BI) AHOJ-G criteria genoemd.

De regels luiden:

  • Geen affichering of reclame (A). Dit betekent geen reclame anders dan een aanduiding op de gevel.
  • Geen harddrugs (H). Er mogen in een coffeeshop geen harddrugs voor handen zijn/ verkocht worden.
  • Geen overlast (O). Onder overlast wordt onder meer verstaan: geluidshinder, vervuiling en/of voor of nabij de coffeeshop rondhangende klanten.
  • Geen verkoop en geen toegang aan jongeren onder de 18. (J)
  • Geen verkoop van meer dan 5 gram per dag per persoon. (G)
  • Geen verkoop aan niet ingezetenen (per 1 januari 2013) (I)
  • Geen coffeeshops in de buurt van scholen (per 1 januari 2014)

Ook mogen coffeeshops geen grotere handelsvoorraad hebben dan 500 gram. In veel steden worden deze voorwaarden streng gecontroleerd. De coffeeshop riskeert sluiting wanneer deze voorwaarden worden overtreden. Een belangrijk voordeel van het Nederlandse coffeeshopbeleid is dat door de voorwaarden geen verkoop van harddrugs in de hand wordt gewerkt, omdat de verkoop hiervan op heel andere plekken plaatsvindt. Jongeren komen daardoor in coffeeshops in ieder geval niet met harddrugs in aanraking.

De afgelopen jaren is het coffeeshopbeleid aangescherpt.  Met name vanwege overlast vanwege drugtoeristen in de zuidelijke provincies en vanwege het gestegen THC gehalte in Nederlandse wiet. Overigens is het THC gehalte sinds 2004 niet verder gestegen. Het ging hierbij om de volgende maatregelen:

  • Wietpas/ beslotenclub
  • Ingezeten criterium
  • Afstandscriterium
  • 15% maatregel

Plaatselijk beleid

Het plaatselijke coffeeshopbeleid wordt vormgegeven in het zogenaamde driehoeksoverleg. Dit is een overleg van de burgemeester, de commissaris van politie en de officier van justitie. Dit overleg houdt de vrijheid om van de richtlijnen af te wijken. Het driehoeksoverleg kan besluiten in zijn gemeente geen coffeeshops toe te laten of het aantal coffeeshops te beperken. Ook de regel geen verkoop aan niet ingezetenen en het afstandscriterium kan lokaal ingevuld worden. Zo heeft Amsterdam en Rotterdam al laten weten het ingezetencriterium voorlopig niet te handhaven.

Gemeenten mogen dus maatwerk leveren bij handhaving van deze criteria. Uiteraard is steun van de gemeenteraad voor het beleid van de driehoek noodzakelijk.

Wietpas / beslotenclub

Van mei tot november 2012 gold in de provincies Limburg, Noord-Brabant en Zeeland het beslotenclub-citerium. Mensen moesten lid worden van een coffeeshop en konden alleen met het bewijs van lidmaatschap toegang krijgen tot de coffeeshop waar ze lid van waren. Bedoeling van deze maatregel en ook van het ingezetenencriterium was het weren van drugstoeristen. De maatregel leidde tot veel handel op straat en verkoop via illegale verkooppunten en is dan ook in november 2012 weer afgeschaft (1).

Ingezetenencriterium

Het ingezeten criterium geldt sinds 1 januari 2013. Ook hier is het doel het weren van drugstoeristen. De coffeeshop moet vaststellen of je ingezetene bent. Dat moet zij doen aan de hand van een geldig legitimatiebewijs in combinatie met een uittreksel GBA (gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens). Het GBA is te verkrijgen bij de gemeente waar je bent ingeschreven. Hoewel ingezeten criterium sinds 1 januari 2013 landelijk is ingevoerd wordt het in de meeste gemeenten niet nageleefd.

Boven de rivieren laat 92% van de coffeeshops niet-ingezeten toe. Beneden de rivieren is dit 8% (2) Dat komt omdat de meeste gemeente geen problemen ervaren met drugstoerisme. Drugstoerisme blijkt typisch een probleem voor de grensstreken. De meeste gemeenten vrezen dat juist dat juist het handhaven van deze maatregel tot problemen (illegale handel, overlast op straat) gaat leiden die er voorheen niet waren. Enkele gemeenten waaronder Amsterdam en Rotterdam hebben laten weten niet actief op naleving van dit criterium te controleren.

Afstandscriterium

Per 1 januari 2014 geldt de regel dat de afstand tussen een coffeeshop en een school tenminste 350 meter moet bedragen. Ook voor deze regel geldt maatwerk. Dat  wil zeggen dat gemeenten de vrijheid hebben om van deze regel af te wijken.

15% maatregel

De regering wil de consumptie en productie van zware cannabis verbieden. Het voornemen is om cannabis met een THC-gehalte van 15% of meer op lijst I van de Opiumwet te plaatsen en te beschouwen als een harddrug. Als deze maatregel ingevoerd wordt  zullen coffeeshops  alleen nog cannabis mogen aanbieden met een THC-gehalte, dat lager is dan 15%.

Deze maatregel is gebaseerd op het rapport van de commissie Garritsen.

Aantal coffeeshops

Volgens onderzoeksbureau Intraval waren er in 2014 in Nederland 591 coffeeshops. De hoeveelheid coffeeshops daalt jaarlijks. In 2012 en 2013 waren er respectievelijk 617 en 606 coffeeshops, bij de eerste meting in 1999 waren het er nog 846. De hoeveelheid gemeentes met minimaal één coffeeshop blijft wel gelijk over de jaren, dit schommelt rond de 104 gemeentes (3).

Daarnaast zijn er in Nederland naar schatting enkele duizenden niet gedoogde verkooppunten van cannabis. Dat zijn thuisdealers op een vast adres, dealers in horeca, straatdealers en thuisbezorging na telefonische bestelling. Via coffeeshops wordt naar schatting 70% van de cannabis verkocht, via de niet gedoogde punten 30%. Hoe meer coffeeshops een gemeente heeft, hoe minder er illegaal verkocht wordt.